Tot 2035 verlaten zo'n 1.300 medewerkers van Alliander de organisatie. Ongeveer de helft daarvan zijn technici en IT-specialisten. Dat is een fors probleem, want die kennis is hard nodig voor de energietransitie. Tegelijk krimpt de beroepsbevolking, dus nieuwe instroom lost het niet volledig op.
Alliander kiest er daarom voor om medewerkers ook na de AOW-leeftijd in te zetten. Niet als goedkope arbeid, maar vanwege hun vakkennis, ervaring en betrokkenheid. Projectmanager flexibilisering Ellen Evers-Welbergen en HR change consultant Marjan de Greef trekken die aanpak samen.
Vroeg beginnen maakt het verschil
Het gesprek over doorwerken start bij Alliander twee jaar vóór de pensioenleeftijd. Leidinggevenden krijgen automatisch een signaal om dat gesprek aan te gaan. Dat werkt: van de medewerkers die actief worden benaderd, kiest ongeveer 40 procent ervoor langer door te werken. Zonder die actieve benadering ligt dat percentage rond de 10 procent.
Wie doorwerkt, heeft keuze uit verschillende vormen. Sommigen tekenen een tijdelijk contract en doen gewoon hetzelfde werk. Anderen werken via een externe constructie, de zogenoemde Doorwerkgever. Daarnaast heeft Alliander een klussenbank opgezet: een systeem waarbij AOW'ers concrete opdrachten oppakken op basis van hun specialisme.
- Toezicht houden op projecten
- Begeleiden van nieuwe collega's
- Train-de-traineractiviteiten verzorgen
Die klussenbank geeft flexibiliteit aan beide kanten. Een medewerker kan een periode in het buitenland doorbrengen en daarna een tijdelijke opdracht oppakken. Zodra iemand zich committeert, worden er gewoon afspraken gemaakt over uren, planning en resultaat.
Lagere loonkosten spelen in de strategie van Alliander geen rol van betekenis. Evers-Welbergen is daar duidelijk over: een AOW'er aannemen omdat het goedkoper zou zijn, is een misverstand. Het gaat om wat iemand meebrengt aan vakmanschap en ervaring.
Wat ook opvalt: het zijn niet alleen hoogopgeleide specialisten die doorwerken. Juist praktisch geschoolde technici, van monteurs tot werkvoorbereiders en trainers, blijken onmisbaar. In technische sectoren is niet alleen een tekort aan uitvoerende mensen, maar ook aan begeleidingscapaciteit. Oudere vakmensen kunnen die mentorrol vervullen.
De toon waarop je het onderwerp agendeert, is essentieel. Alliander presenteert doorwerken niet als een verplichting, maar als een mogelijkheid om bij te dragen aan een gezamenlijke opgave. Dat verschil in aanpak bepaalt of iemand er open voor staat.
Bron: Installatie.nl